Gezondheid

Braincoach:
presteren
onder druk

Vivian Ruijters

Vivian schrijft met enige regelmaat artikelen voor Transition, vooral op het gebied van lifestyle.


Leestijd: 12 min

Een sportpsycholoog als onderdeel van je begeleidingsteam. We kijken er nu niet meer van op. Twee decennia geleden lag dit nog anders. Sportpsychologie stond nog in de kinderschoenen. Maar tegenwoordig gaat het steeds meer om details en dan kan het juist het verschil maken.

 

Lars van der Eerden draait al heel wat jaren mee in de triathlonwereld en zag de kijk op psychologische begeleiding in de sport veranderen, als atleet én als sportpsycholoog. Grenzen bewaken en plezier zijn volgens hem de sleutelwoorden. “Als ik eerlijk ben, is zelf sporten het allerleukste.”

Lees ook ‘Zo kom je deze triathlonlozeperiode door’ waarin Lars van der Eerden 7 praktische tips geeft.

Lars van der Eerden is sportpsycholoog en daarnaast ook zelf nog fanatiek triatleet. Al ruim dertig jaar zwemt, fietst en rent de 42-jarige Limburger. Samen met zijn vrouw Maud reist hij meerdere malen per jaar naar bijzondere plekken om deel te nemen aan avontuurlijke crosstriathlons. Van der Eerden heeft door al die ervaring als sportpsycholoog en triatleet geleerd hoe je het beste uit jezelf haalt. Grenzen bewaken en plezier zijn daarvoor de belangrijkste voorwaarden.

Plezier

In een olympisch jaar staat er veel op het spel, de druk is erg hoog. Carrières kunnen gemaakt en gebroken worden. Plezier is dan niet het eerste waar je aan denkt. En toch is dat één van de belangrijkste voorwaarden voor succes volgens Van der Eerden. “Het verdwijnen van het plezier heeft vaak met druk te maken. Druk is heel individueel, maar bij veel sporters hoor je toch wel dat de hoogste stressor is dat ze bezig zijn met het oordeel en verwachtingen van anderen.”

 

Plezier is waar het volgens Van der Eerden uiteindelijk allemaal om draait. “Hoe meer plezier iemand heeft, hoe beter de prestaties. Eigenlijk is dat de basis waar ik voor sta. Uiteindelijk gaat het om het spelletje waar het allemaal mee begonnen is, waardoor ze plezier in de sport kregen.” Daarnaast moet je natuurlijk bloedfanatiek en consequent zijn om de top te halen.

Vedrgrootglas

Van der Eerden is als expert aangesloten bij het team van sportpsychologen van TeamNL en werkt bij de NTB al jaren met olympische atleten. In een olympisch jaar ligt alles extra onder een vergrootglas. De Spelen zijn bijzonder en dat maakt dat sporters er meer mee bezig zijn en ook de media zijn alom vertegenwoordigd.

“Atleten komen bij mij om wat sterker te worden, anders te leren denken in bepaalde situaties of minder gevoelig te zijn voor paniek.”

Lars van der Eerden

Van der Eerden speelt vooral een rol in de aanloop. Zijn rol zit er al zowat op. “Ik ga niet mee naar Tokio, maar ben heel veel betrokken in de voorbereiding. Dus vooral in de winterperiode en verder richting Tokio. Veel atleten zijn in de winterperiode nog thuis geweest en ze hebben dan de tijd om aan bepaalde dingen te werken. Dat is meestal wat ze bij mij komen doen, wat sterker worden, anders leren denken in bepaalde situaties of minder gevoelig zijn voor paniek.”

“Om die volgende stap te maken richting Tokio heb ik in de voorbereiding, het jaar van tevoren, veel atleten begeleid die zich nog willen ontwikkelen op een aantal punten. De laatste maanden naar Tokio verwacht ik dat het minder druk wordt, want dan zijn de atleten op pad, dan hebben ze wedstrijden en toernooien en moeten ze het eigenlijk al kunnen wat ze geleerd hebben. Dus vanaf april zie je ze niet meer, dan zijn ze heel veel weg, en dan heb ik ook geen grip meer op ze.”

Coaches

Parallel aan het traject van het begeleiden van de sporters loopt ook nog een traject waar Van der Eerden bij betrokken is en dat volgens hem minstens zo belangrijk is. “Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat ik het beste via de coaches kan werken. De coaches staan dag en nacht aan de zijlijn. Ze zijn mee op kamp, mee in het vliegtuig en bij de wedstrijden. Natuurlijk spring ik af en toe bij, maar een heleboel basisvaardigheden moet een coach eigenlijk ook in huis hebben. Daarom ben ik ook een aantal coaches aan het coachen.”

De één staat er wat meer voor open dan de ander, geeft Van der Eerden toe. “Sommigen weten het zelf beter, dat is ook prima. Maar het leukste voor mij is om een coach te hebben die ook graag feedback wil van mij, die wat spart, zich kwetsbaar op durft te stellen en waarmee je wat meer de diepte in gaat over hoe je een atleet beter kunt maken. Samen ervoor zorgen dat de atleet zich beter ontwikkelt zonder dat de atleet te afhankelijk wordt van de coach. Soms moet ik de coach ook een spiegel voorhouden, moet ik dingen inzichtelijk maken voor de coach. Van ‘als jij nu dit doet, heeft het dat effect op de atleet’.”

“Als je een coach of vader om je heen hebt die supernerveus is, dan word je zelf ook nerveus.”

Lars van der Eerden

Daarnaast richt Van der Eerden zich ook op de coach zelf. Het is van belang dat hij of zij niet alleen oog heeft voor de pupil, maar ook zijn eigen functioneren in de gaten houdt. “De laatste maanden zijn de sporters meer afgesloten en kan ik vooral de coaches coachen. Hoe het met hun gaat, hoe zij met de sporters omgaan. Dat de coach overeind blijft, dat hij niet 24 uur per dag de trainer wil zijn, maar dat de coach ook zelf in balans blijft. Ook de coach moet fit blijven, want die reist ook veel en heeft vaak ook een gezin met kinderen thuis. Dus daar heb ik ook vaak een rol om te begeleiden. Als je een coach of vader om je heen hebt die supernerveus is, dan word je zelf ook nerveus.”

Grenzen bewaken

Naast plezier houden in de sport is het bewaken van grenzen de moeilijkste vaardigheid voor een sporter, weet Van der Eerden. “Er komt zoveel op je pad als je een goede atleet aan het worden bent. En als je prof wordt, dan merk je al snel dat je geleefd wordt. Praatje houden, sponsorverplichtingen en dat soort zaken horen er soms ook bij, maar als het teveel is dan worden de prestaties toch minder. Dan houd ik ze een spiegel voor en dan vraag ik ze waar het nu echt om gaat. Daarom zijn trainingskampen zo belangrijk voor topatleten. Ze zijn vaak op hun best als ze afgezonderd zijn.”

De kunst en de uitdaging is volgens Van der Eerden om ook in je thuissituatie die rust te organiseren. Zelf heeft hij dit goed georganiseerd. Dit maakt dat hij vanuit een goede balans zijn werk en hobby’s kan uitoefenen. “Ik heb in het weekend meestal echt vrij en dan heb ik tijd om te sporten. Dat is mijn uitlaatklep. En ook doordeweeks werk ik ’s avonds niet graag. Als ik tot later dan zeven uur ’s avonds gesprekken voer, dan merk ik dat ik minder goed slaap.”

Hij vindt dan ook dat hij zelf een goed voorbeeld moet geven. “Ik ben een echt ochtendmens. ’s Morgens om zes uur sta ik op en dan ben ik fit en dan ga ik even een uurtje sporten. Ik merk zelf dat ik op mijn best ben, ook in mijn werk, als ik gewoon lekker uitgerust ben en lekker getraind heb. Voor mij is het heel belangrijk, net als bij mijn cliënten, dat je je eigen grenzen bewaakt. Je moet zorgen dat je goed in balans blijft, en dat het allemaal leuk blijft.”

Crosstriathlons

Zelf heeft Van der Eerden afgelopen jaar ook de nodige uitdagingen gehad. De sportpsycholoog is een fanatiek triatleet die zich voornamelijk richt op de crosstriathlons. Hij deelt deze passie met zijn vrouw Maud Golsteyn en samen vertoeven ze graag in bijzondere natuurgebieden om te mountainbiken, trailen en zwemmen.

De laatste triathlonuitslag van Van der Eerden dateert echter uit 2018 toen hij bij het WK Xterra in Denemarken brons won in de leeftijdscategorie 40-44. Daarna was er een hernia die zijn sportieve ambities dwarsboomde. “Ik heb een heel jaar gesukkeld, wel gelopen, niet gelopen. Ik ben naar wedstrijden gegaan en moest dan toch de dag van tevoren besluiten om niet te starten. Het ging soms weer even goed om er vervolgens toch weer flink in te hakken. Ik kreeg extreem veel pijn en kon bijna niet zitten. Dat was echt een drama voor mij, want ik had eigenlijk nog nooit blessures gehad. Alle wedstrijden en inspanningen kon ik gewoon aan. Ik ben heel verwend geweest met mijn lijf, besef ik nu.”

Knoop doorgehakt

Ook Van der Eerden moest leren luisteren naar zijn eigen lichaam. “Op een gegeven moment heb ik toch maar de knoop doorgehakt en ben ik gestopt met lopen. Ik heb acht maanden niet gelopen, maar ben wel extreem veel gaan fietsen en zwemmen. Na anderhalf jaar sukkelen is nu het doel dat ik wel weer gewoon triathlons ga doen.”

 

Het gaat de goede kant op met zijn rug. “Ik heb me dan ook weer ingeschreven voor een Xterra op Malta op 4 april. Het doel is dat ik daar weer mee kan doen en kan finishen. Als ik 4 april de streep haal, weet ik zeker dat ik tranen in mijn ogen heb. Dat zou zo heerlijk zijn, dat je weer even hebt kunnen proeven aan dat je weer fit en sterk bent en dat je weer hebt kunnen knallen. Dat lijkt me heerlijk. Het gaat me dan niet eens om de prestatie. Ik ben nu zo fit door het fietsen, ik kijk er echt naar uit.’

Passie

Het was geen gemakkelijke periode, maar hij heeft er veel aan gehad. “Er is wat veranderd in mijn mindset. Ik heb me gerealiseerd dat je ook je sport kunt kwijtraken en ben daardoor voorzichtiger geworden. Als atleet heb ik het moeilijkste jaar tot nu toe achter de rug. Ik heb nog nooit gehad dat ik eruit lag. Ik had wel eens geen zin, maar heb wel altijd alles kunnen doen. Als ik wedstrijden wilde doen, kon dat.”

“Er zijn zoveel dingen in het leven en sport is een belangrijk groot deel van mij, maar gelukkig ook nog een heleboel andere dingen.”

Lars van der Eerden

Van der Eerden werd voorzichtiger en wist de sport ook te relativeren. “Ik was altijd een sportjunk en samen met Maud is dat ons leven. Ik zei ook altijd tegen mensen dat ik depressief zou worden als ik ooit niet zou kunnen sporten. Dat heb ik nu meegemaakt, maar ik ben gelukkig niet depressief geworden. Wel superverdrietig geweest, omdat ik dacht dat ik moest stoppen met wedstrijdsport. Gelukkig had ik heel veel andere leuke dingen, hobby’s en heel veel vrienden en dat ging me gelukkig ook heel goed af. In dat opzicht was dit ook wel weer een mooie levensles. Er zijn zoveel dingen in het leven en sport is een belangrijk groot deel van mij, maar gelukkig ook nog een heleboel andere dingen. Daar kom je dan achter.”

En toch blijft de triathlon uiteindelijk de grote passie voor Van der Eerden. “De mensen om me heen weten dat ik hartstikke fanatiek ben. Ik werk met zoveel topsporters en vergeleken met die topsporters ben ik maar een trimmer. Dan ben je heel realistisch en nederig, maar ik ben wel superfanatiek en gepassioneerd. En binnen mijn mogelijkheden met mijn baan en dergelijke, vind ik het fantastisch om die drie sporten elk jaar weer te beheersen. En de competities, dat vind ik zo mooi om dan helemaal tot de limiet te gaan en de competitie met andere atleten aan te gaan. Daar kan ik zo van genieten.”



Weerbaarheid

Van der Eerden kan genieten van de start tot de finish. Maar elke triathlon kent zijn ups en downs en dat zijn momenten waarbij mindset allesbepalend kan zijn. “De belangrijkste regel is eigenlijk dat je je blijft richten op je taak.” Voor Van der Eerden zijn dan de uitdagingen in detail te werken en de sporter te ondersteunen naar een volgende stap. “Zo heeft de wijziging dat je internationaal op de olympische afstand mag stayeren een flinke impact gehad. Je mag in een groep fietsen en tijdens het zwemmen wordt bepaald in welke groep je terecht komt. Tijdens het fietsen zelf gebeurt dan niet meer zoveel.”

Zwemmen is sindsdien steeds belangrijker geworden en daar gebeurt vervolgens ook nog eens heel veel. “Vooral bij de start waar iedereen elkaar wegduwt, wegslaat, over elkaar heen zwemt. Atleten raken er serieus van in paniek en dat helpt je zwemprestatie natuurlijk niet. Ik heb daar met atleten aan kunnen werken, soms middels de EMDR-methode. Deze methode helpt vaak om angst- en stressreacties te verminderen. Wanneer je als atleet deze emoties onder controle hebt, dan kan dat zomaar bepalend zijn in welke fietsgroep je terecht komt.”

“Je probeert de atleten te trainen dat ze minder in de stress schieten en dat ze die modus kunnen oproepen in de wedstrijd.”

Lars van der Eerden

“Ik vind het wel heel erg leuk om te zien als je dat beheerst dat je dan ook kunt laten zien welk zwemniveau je hebt. Ik probeer atleten weerbaarder maken, want sommigen hebben echt het idee dat ze stikken tijdens de zwemstart. Je probeert de atleten te trainen dat ze minder in de stress schieten en dat ze die modus kunnen oproepen in de wedstrijd.” Dit maakt de triathlon en de sportpsychologie zo interessant voor Van der Eerden. Beide zijn constant in ontwikkeling. Het is een puzzel die constant blijft veranderen. Een spelletje waarvan het plezier nooit verloren gaat.

3 tips tegen faalangst

1. Ervaring en gewenning
Stress vermindert door iets heel vaak te doen. Gewenning, ervaring opdoen, veel wedstrijden en ook in de trainingen de druk opvoeren door eindtijden te benoemen of competitie in te bouwen dat de één tegen de ander loopt op de baantraining. Veel ervaring opdoen. Hoe vaker jij een olympisch toernooi hebt gedaan, hoe meer het went. Als je de eerste keer deelneemt, ben je heel zenuwachtig en vind je het misschien wel doodeng. Als je iets vaker hebt gedaan, dan went het en krijg je meer vertrouwen.

2. Focus op de taak
Als je je aandacht op je taak weet te richten, dan gaat het goed. Het gaat er hierbij om dat je je alleen maar focust op dingen die je kunt controleren. Dat is je pas, je ritme, je ademhaling, je hartslag of je tempo. Dus bijvoorbeeld in een marathon niet als een gek van start gaan, maar blijven nadenken. Gecontroleerd van start gaan, de eerste tien kilometer zou je immers behouden lopen. Dat heb je onder controle om het zo maar te zeggen. Bij het uitvoeren van je taak houd je je altijd bezig met dingen waar je controle over hebt. Dus niet met je eindtijd, het weer, je tegenstanders, of dat klimmetje waardoor je een langzame kilometer hebt en je in de stress raakt.

3. Afleiding
Je moet je blijven afleiden van negatieve gedachtes. Tijdens de marathon kan zo’n laatste tien kilometer echt pijn doen en dan is het de kunst om jezelf te blijven afleiden van die pijn. Het wordt steeds moeilijker om die pijn te weerstaan en daarmee steeds belangrijker om, zoals topatleet Michel Butter zegt, ‘een plannetje te hebben’. Je gedachten afleiden van de pijn door ze telkens terug te voeren naar je ademhaling of pasfrequentie. Dat is het spelletje.


Dit artikel verscheen in Transition Magazine #24

Deel dit artikel


Vivian Ruijters

Vivian schrijft met enige regelmaat artikelen voor Transition, vooral op het gebied van lifestyle.

Nog niet
ingeschreven?

De redactie van Transition houdt jou graag op de hoogte van nieuwe artikelen, tips van onze Makers en sneak previews van nieuwe edities van het online magazine.